Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst heeft een handreiking gepubliceerd over het prijsgeven van in eigen beheer verzekerde pensioen- en soortgelijke verplichtingen bij onderdekking. Deze handreiking licht de voorwaarden toe waaronder kan worden afgezien van een aanspraak zonder toepassing van de LB- of IB-prijsgeefsanctie.
Het prijsgeven van een aanspraak zonder toepassing van de LB- of IB-prijsgeefsanctie is alleen mogelijk als aan de onderstaande drie cumulatieve voorwaarden wordt voldaan:
Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan het restant van de aanspraak als 'niet voor verwezenlijking vatbaar' worden aangemerkt. Dit restant kan dan zonder toepassing van de LB- of IB-prijsgeefsanctie worden prijsgegeven. Dit kwalificeert niet als informele kapitaalstorting en leidt niet tot een verhoging van de verkrijgingsprijs van het aanmerkelijk belang.
Deze werkwijze is toepasbaar bij onderdekking van eigenbeheeraanspraken, loonstamrechten en stakingswinstlijfrenten, zowel vóór, bij als na het bereiken van de AOW-leeftijd. Voor een oudedagsverplichting (ODV) geldt een vergelijkbare werkwijze. Voor een artikel 19-stamrecht of een artikel 44j-stamrecht gelden dezelfde voorwaarden, maar hiervoor bestaat geen prijsgeefsanctie.
Het prijsgeven van de aanspraak leidt tot vrijval van de corresponderende verplichting in de fiscale winst van het eigenbeheerlichaam. Hierdoor kan de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zijn, voor zover de kwijtscheldingswinst uitgaat boven verrekenbare verliezen uit voorgaande jaren en het verlies van het lopende jaar. De vrijstelling is niet van toepassing als het eigenbeheerlichaam deel uitmaakt van een fiscale eenheid, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze ook zonder fiscale eenheid van toepassing zou zijn geweest.